Breinstorm, treinstorm
We zijn daarmee opgevoed: uitgangspunten moeten realistisch zijn. Als, als, als… daar schiet je niet mee op. Als we wat teveel fantasie hadden (‘Gij êt een fantasie gelijk een krimkerre, zei mijn grootvader altijd – Je hebt een verbeelding als een toen vaak bontgekleurde ijskar), werden we steevast tot de orde geroepen: Aas, oas, oas… oa maan tante wielekes gât, ’t woas een kerreke - Als, als, als… Als mijn tante wieltjes had gehad, was ze een karretje.
Lees het hele artikel