Bekentenis en betekenis

Vanaf vandaag is de Queen geschiedenis. Dat begon met kilometerslange rijen bij Westminster Hall. Mensen die twaalf uur en meer aanschoven om afscheid te nemen. Zoals bij Boudewijn in 1993. Dat is indrukwekkend en interessant.

Er is, om te beginnen, het puur filosofische: in een rij zijn we allemaal gelijk, anders stonden we er niet. Ook David Beckham blijkt in de rij een mens zoals alle anderen. One amongst the many, zeiden ze bij de BBC. In een rij is er solidariteit en zijn er goede manieren; in de file is voorkruipen onverdraaglijk en verwerpelijk.

Ook opvallend is dit: niemand stond voor Elisabeth II of Boudewijn I in een eindeloze rij omdat het moest. Of omdat het – zoals bij de winkels in de communistische paradijzen – nu eenmaal niet anders kon. Ze stonden er omdat ze dat zelf wilden.

Boudewijn en Elisabeth beantwoordden perfect aan wat Walter Bagehot (1826-1877) – Wikipedia noemt hem journalist en zakenman – heeft beschreven in The English Constitution. Een merkwaardige titel, omdat de Engelsen geen echte grondwet hebben. Maar wat Bagehot zegt over de rol van de monarchie in het democratisch staatsbestuur is westers werelderfgoed.

Bagehot maakt ook een interessante verbinding tussen het menselijke oerinstinct en de koningin (met wie ik ook de koning bedoel). Die moet, al ligt het ancien régime een paar eeuwen achter ons, zo veel mogelijk goddelijk zijn en zo min mogelijk menselijk. Anders gezegd en in het belang van de duidelijkheid: de koningin doet, anders dan wij allen, nooit pipi of kaka. Ook de lichamelijke liefde is haar volslagen vreemd: zij zorgt alleen maar voor de troonsopvolging, in ’s lands belang.

Niet dat we niet beter weten, maar het behoort tot de vereiste en verwachte verhevenheid van de majesteit. De koning (met wie ik ook de koningin bedoel) behoort mysterieus te zijn. Niemand kent hem echt of helemaal. Niemand komt te dichtbij. We dichten hem bovendien allerlei kwaliteiten toe, en we spreken af dat we niet nagaan of die in werkelijkheid ook bestaan. Omdat wij maar gewone mensen zijn. De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar de mensensoort blijft duizenden jaren hetzelfde.

Dat raakt aan een diep gewortelde hang naar geloof en religie (een woord dat teruggaat op relinquere = verbinden): verenigd en verbonden staan we in de rij. Het is een pelgrimage: de pelgrims zijn op zoek naar het hogere, het betere, excelsior. Zeker als de vorst vele jaren is meegegaan, brengen we hulde aan datgene waarvan we zo graag willen dat het bestond.

De vraag is of dat ook politiek relevant is. Kan Charles III met behulp van de rouwende menigte zijn Verenigd Koninkrijk bijeenhouden? Kon Boudewijn de Vlamingen, Walen en Brusselaars verenigen? Kan Filip dat? Zijn de eindeloos lange rijen een uiting van heimwee of een politiek feit? In 1993 stond er op het Paleizenplein in Brussel een republikeins gezinde journalist van de openbare omroep die onder de indruk was van wat hij zag. Hij had het over een nieuw politiek feit.

Een klein autootje met een luidspreker erop reed langs de wachtende menigte; er werd in twee landstalen gezegd dat het nog minstens acht uur wachten was… Dat had volstrekt geen effect: niemand ging weg.

Uitgerekend op een moment dat er niet één Belgische politieke partij was die nog opkwam voor België. Geen Belgische vlag op de congressen van de PS, wel een Waalse haan. Van het Belgicistische B Plus of van de Belgische Unie/Union Belge was nog geen sprake. Heel typerend voor de politieke wereld van toen: ook de eerste-minister dacht dat al dat volk aan het Paleis evenveel te maken had met het zomerweer als met de aflijvige vorst.

Op de televisie kwamen ook toen al voxpoppen aan het woord (ik gebruik de vakterm), de stem van ‘de mensen’. Veel minder vaak dan nu, maar toch, het verschijnsel bestond. Het was het wachten zeer waard, zeiden de mensen. Uit respect. Hij was er ook altijd al geweest. En in veel varianten ging het verder over eenheid, verbinding, samen, ons land. Niemand had het over Eendracht maakt Macht, maar het kwam er geregeld dichtbij. Een Antwerpse dame sprak over het moment dat ze op de radio gehoord had dat de koning dood was: maane man zee, da moet er naa nog baakome!

Dertig jaar na datum is er – wie had anders verwacht ? – au fond niet zoveel veranderd. Bij ons niet, bij de Britse buren ook niet. Ons verlangen naar verbinding blijft ongeschonden. Maar de een-op-een politieke vertaling ervan, als die al ooit heeft bestaan, is weggesleten.    

De grote meerderheid van de Vlamingen is niet tegen België. Maat dat belet niet dat ze intussen vrij massaal voor partijen stemmen die er geen geheim van maken dat  ze niet hevig voor België supporteren. Wat erop wijst dat de Vlamingen ook niet al te hartstochtelijk voor België zijn. Ze stemmen anders dan ze voelen, maar die paradox blijkt hen niet uit de slaap te houden. 

Ook Wallonië is niet vurig pro-Belgisch. Alles bij elkaar is onze nationale feestdag er minder belangrijk dan quatorze juillet. Het verschil met Vlaanderen is alleen dat voor Wallonië België welvaartsbescherming biedt. Vooralsnog.

En omgekeerd vrezen nogal wat Vlamingen dat die Belgische constructie (en alles wat ermee samenhangt) hun welvaart daadwerkelijk ondergraaft. Op de dag dat die vrees de algemeen aanvaarde werkelijkheid blijkt te zijn – op die dag kan zelfs een dode koning niets meer doen.

Doorbraak, 13 september 2022


Eerder

Gaatjes in de matras

Je werkt twintig, misschien zelfs dertig jaar bij de openbare omroep, en dan valt de bijl. We lezen daarover in de kranten. Op de obligate staking, wat vakbondsberichten en enig sentimenteel geblaa...

Lees het hele artikel

Vragen van alleman

Er is (te) vaak nauwelijks verschil tussen de duidingsprogramma’s van de Vlaamse openbare omroep en absurd amateurtheater. In wezen gaat dat over het verschil tussen doen alsof en bezig zijn met wa...

Lees het hele artikel

Blauw, blauw, blauw

Wat het is? Een zo getrouw mogelijke raming van alle inkomsten en uitgaven. Gegoten in een wet. Waarom cruciaal? Omdat ze onze financiële gezondheid weerspiegelt; hebben we over, of komen we tekort...

Lees het hele artikel

Roken en brevieren

Als je tijdens de les door het raam keek zag je priester-leraars – in mijn tijd nog ruimschoots voorradig - over een lege speelplaats wandelen, terwijl ze in hun brevier lazen. Ze moesten. Het was ...

Lees het hele artikel